De argusvlinder komt voor in veel verschillende soorten graslanden, zowel natuurlijke graslanden als ook niet al te intensief gebruikte landbouwgronden. De vlinders zijn meestal zeer actief en vallen daardoor op. De mannetjes hebben brede geurstrepen op de voorvleugels. Het vrouwtje plakt de eitjes aan de sprieten van veel verschillende grassoorten, onder andere Festuca (zwenkgras), Brachypodium (kortsteel), Dactylis (kropaar), Cynosurus (kamgras) en Bromus (dravik) soorten. De rups overwintert halfvolgroeid in de strooisellaag. Ook de verpopping vindt diep in de strooisellaag plaats. De argusvlinder vliegt in twee tot drie generaties per jaar.De waardplanten van de argusvlinder zijn overblijvende grassen zoals kropaar, ruwe smele, dravik, kamgras, kortsteel, zwenkgras, kweek en beemdgras